Rechtbank 's-Gravenhage 9 november 2009 (kinderporno), LJN BK2800

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderpornografie. Verdachte heeft afbeeldingen van een fotochatbox gekopieerd en deze op zijn eigen computers opgeslagen. Verdachte heeft verklaard dat hij op internet naar kinderporno is gaan zoeken om afleiding van zijn persoonlijke problemen te zoeken. Hij had hierbij, naar eigen zeggen, geen besef van het leed en de ernstige schending van belangen van de kinderen die slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik dat samenhangt met kinderpornografie.
De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de onderhavige feiten in principe een onvoorwaardelijke gevangenisstraf kan rechtvaardigen. De rechtbank zal deze echter niet opleggen en zal een lagere straf opleggen dan de officier van justitie heeft geƫist, gelet op het volgende.
Verdachte heeft bij de politie onmiddellijk openheid van zaken gegeven. Hij heeft ook ter zitting blijk gegeven van zijn inzicht in het kwalijke van zijn handelen.
Verdachte lijkt veel spijt te hebben van zijn handelen, zo komt ook uit de rapportage van de Reclassering naar voren. Hij zal zich, naar eigen zeggen, nimmer meer inlaten met dit soort praktijken. Verdachte komt hierbij eerlijk en oprecht over. Daarnaast is verdachte een zogeheten first offender. Dit alles in overweging nemende is de rechtbank, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat de oplegging van een vrijheidsbenemende straf niet passend is.
Volgt veroordeling tot 6 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.